soort

De blauwvleugelsprinkhaan

blue-winged grasshopper - oedipoda caerulescens

De blauwvleugelsprinkhaan is een insect uit de familie van de veldsprinkhanen.  Mannetjes worden 13 tot 23 millimeter, terwijl vrouwtjes 20 tot 29 mm lang worden.  De kleur is lichtbruin, met donkere of juist lichtere vlekjes.  De voorvleugels en poten hebben vaak donkere banden.  De vrij korte achterpoten zijn erg breed en het lichaam is gedrongen.  De grote ronde ogen zijn duidelijk zichtbaar.  Het halsschild is gekield en wordt in het midden onderbroken door een groef. 

De sprinkhaan dankt zijn naam aan de helderblauwe achtervleugels, die in rust niet zijn te zien.  De vleugelrand is zwart van kleur.  Ook de dijen van de poten zijn blauw gekleurd. 

Alleen na een sprong worden de felgekleurde vleugels uitgeslagen.  De sprinkhaan kan er niet echt mee vliegen, maar wel tientallen meters mee zweven.  Door de grote vleugels lijkt het dier tijdens de vlucht meer op een vlinder dan een sprinkhaan.  De felle kleur dient om vijanden als vogels op afstand te houden.  Als een vogel plots de felle kleur ziet, zal hij wel even twee keer nadenken.  Vanwege de goede camouflage is de blauwvleugelsprinkhaan bijna niet te zien als hij op de bodem zit. 

Mannetjes zingen niet, maar maken alleen bij de balts geluiden.  Net zoals veel andere soorten wordt het geluid gemaakt met de achterpoten.  Het geluid is vrij zacht, zodat het tussen andere geluiden vaak niet opvalt. 

De blauwvleugelsprinkhaan komt in Nederland voor in de duinstreek, op de Veluwe, Limburg en in Oost-Brabant.  In België is de sprinkhaan op meer plaatsen aangetroffen maar wel zeldzaam.  Zijn leefgebied bestaat uit schrale, drogere gebieden met een lage begroeiing.  Geschikte plaatsen in de Lage Landen zijn dus duinen, verstuivingen, heidevelden en drogere kalkgronden.  Naar het zuiden komen vind je ze meer van grindvlakten tot kalere stukken van bergweiden.  De sprinkhaan is van juni tot oktober te zien en het voedsel bestaat uit planten zoals allerlei grassoorten.