familie

Bochelcicaden

membracidae - treehoppers

Bochelcicaden worden ook wel doorncicaden of helmcicaden genoemd.  Het is een familie insecten die behoren tot de onderorde van de cicaden.  Het zijn kleine insecten die op het voorste deel van hun kop doornen of stekels hebben staan.  Er bestaan meer dan 3 duizend soorten over de hele wereld, behalve op de Zuidpool.  Toch vind je in Europa maar drie soorten.  Ze leven van planten waarbij ze het sap eruit zuigen met hun steeksnuit.  De opvallende hoorn of stekel wordt ook gebruikt om zich te camoufleren.  Zo lijken ze sterk op een doorn of stekel van een tak.  Eigenlijk zijn de stekels en hoorns vleugels die niet volgroeid zijn. 

Hun vijanden zijn spinnen en muizen, maar ze dragen soms ook parasieten. Sommige soorten worden zelfs door mieren beschermd. Ze hebben vaak ook grote vleugels. De kleur van hun lijfje is meestal groen of bruin. Jonge larven hebben een andere kleur dan volwassen diertjes. De twee achterste poten zijn echte springpoten.

De cicaden zitten in de bomen meestal met hun kop naar dezelfde kant.  Zo vallen ze als groep minder op.  Ze vliegen ook veel minder dan andere families cicaden.  Ze lokken elkaar door het maken van trillingen en geluiden.  Ze doen dit niet met hun poten, maar met hun achterlijf.  Het geluid is wisselend en verandert als ze op ander plaatsen zitten.  Na het paren worden de eitjes in groeven in blaadjes gelegd of met een soort lijm vast gemaakt.  Soms wordt er schuim gebruikt zodat de eitjes niet uitdrogen.  Wespen kunnen op hun beurt hun eitjes erbij leggen.  Als die eerst uitkomen, eten ze de eitjes van de cicaden op.  Sommige cicaden gaan ook op hun eieren zitten om ze te beschermen.  Ze zijn niet schadelijk voor de mens maar worden wel gezien als ongedierte. 

De jongen die uit de eitjes komen, noemen we nimfen. Zij voeden zich door aan de planten te zuigen. Daarna scheiden ze honingdauw af. Maar deze honingdauw kan schimmels bevatten waardoor de cicaden zelf beschimmeld raken. Mieren helpen vaak een handje door de honingdauw op te zuigen. De eitjes en nimfen worden door de ouders goed beschermd. Als er gevaar is, beginnen de nimfen hevig met de vleugels te klapperen of zorgen voor trillingen. Als de nimfen volgroeid zijn, komt na de laatste vervelling de bochel tevoorschijn. Ze zijn dan wit van kleur en erg zacht. Meestal gebeurt dat onderaan een blad zodat ze niet door vijanden worden opgemerkt.

Er zijn ook cicaden die samen werken met wespen en ook gekko’s.  Ze geven de gekko’s een teken door met hun achterlijf op de tak te tikken.  De honingdauw ligt klaar en de gekko’s beschermen de cicaden.
Erg oud worden ze niet, amper een paar maanden.

foto’s : artour, cresswell, longshaw

soorten

doorncicade