soort

De dibatag

ammodorcas clarkei - dibatag

De lamagazelle wordt ook de dibatag of clarks gazelle genoemd en komt enkel voor in het oosten van Afrika.  Je vindt ze in de landen Somalië en Ethiopië.  Het zijn grote en slanke antilopen die goed lijken op de gerenoek een andere antilopensoort.  Ze worden ongeveer 150 tot 170 centimeter groot en tot 85 centimeter hoog.  Hun nek is opvallend lang en slank.  Vanaf hun neus tot boven het oog loopt een witte streep.  Rond de ogen is het ook wit.  De oren zijn puntig en zwart op het eind.  Alleen de mannetjes hebben hoorns die tot 20 centimeter lang kunnen worden en naar voren buigen. 

De vacht is grijsbruin en valt hierdoor niet op in zijn omgeving. De onderkant is wit van kleur. Ze leven op droge gronden met weinig struiken en zijn vooral overdag te zien in kleine groepjes. Mannetjes laten geurtjes achter om te tonen tot waar anderen kunnen komen. Ze wrijven het aan boomstronken en uitstekende takken. Bij gevaar zullen ze zich verstoppen en blijven doodstil liggen. De belangrijkste vijanden zijn leeuwen en hyena’s.

Na het paren worden de jongen na 6 maanden geboren.  Meestal is dat één jong.  Ze worden geboren in het regenseizoen zodat er veel groen en gras te vinden is.  De eerste weken blijven ze goed verstopt in de struiken.  Ze kunnen 10 tot 12 jaar oud worden.  De dieren leven van bladeren, scheuten en gras.  Met hun lange nek kunnen ze overal goed bij.  Hierbij staan ze op hun achterpoten steunend tegen de stam van de boom.  Drinken doen ze niet veel, want het meeste sap halen ze uit de bladeren. 

In Somalië wordt er op de dieren gejaagd, maar in Ethiopië zijn ze beschermd.

foto’s : unknown