soort

De gevlekte koeskoes

common spotted cuscus - spilocuscus maculatus - white cuscus

De gevlekte koeskoes is een klimbuideldier uit de familie van de koeskoezen. Hij wordt 34 tot 44 centimeter lang en 3 tot 6 kilogram zwaar.  De staart is bijna even lang als zijn lichaam.  Mannetjes hebben over het algemeen een roomwitte vacht, bedekt met grote, chocoladebruine vlekken.  De vrouwtjes hebben geen vlekken en kunnen grijsbruin tot volledig wit zijn.  De kleur van de vacht en de vorm van de vlekken verschillen per dier, leefgebied en leeftijd.  De oren zijn vrij klein en liggen vaak verborgen in de vacht.  De kop is rond met een kaal gezicht en grote ogen.

Hij komt voor op Nieuw-Guinea en op enkele eilanden in de Molukken in Indonesië.  Ook de witte koeskoes, de grondkoeskoes en enkele andere soorten koeskoezen leven in de buurt.  Deze soort leeft in de regenwouden tot op een hoogte van 1200 meter.  Hij komt ook voor in de nabijheid van dichtbevolkte gebieden. 

De koeskoes is een traag nachtdier dat bijna altijd in de bomen leeft.  Hij eet jonge scheuten, bladeren en bloemen, aangevuld met jonge vogeltjes. Overdag verschuilt hij zich in een grote boomholte of een dichte boomkruin.  Mannetjes gebruiken strategisch liggende slaapplaatsen van waaruit ze andere mannetjes in de gaten kunnen houden.  Uit de geurklieren scheidt hij een stevige geur af die hij op takken smeert om zo te tonen dat hij aanwezig is.  Als hij gestoord wordt of er is gevaar dan scheidt hij een roodbruine smeer uit klieren in de huid op zijn gezicht, vooral rond de ogen.

De één tot vier jongen worden geboren na een draagtijd van drie weken, waarna ze in de buidel van de moeder worden gedragen.