soort

De grote koedoe

tragelaphus strepsiceros - greater kudu

De grote koedoe is een soort antilope die voorkomt in het oosten en het zuiden van Afrika.  De hoorns zijn opvallend lang, spiraalvormig en komen enkel bij de mannetjes voor.  Die hoorns worden tot 150 centimeter lang.  Ze hebben een vrij lange nek en kunnen een lengte bereiken van meer dan 2 meter.  Mannetjes hebben lange franjeharen die van de keel naar de hals lopen.  Vrouwtjes dragen geen hoorns en hebben een witte onderkant.  De vacht is blauwig tot geelgrijs en roodbruin van kleur.  Hoe ouder de dieren worden hoe grijzer de vacht en hoe donkerder de snuit.  Op de wangen zie je enkele witte vlekken. 

De dieren leven op droge savannes met struiken en open bossen.  Ze voeden zich met bladeren, scheuten, bloemen, vruchten en knollen.  Omdat ze zo groot zijn, kunnen ze ook makkelijk aan de hoogste takken.  Het vocht halen ze uit de bladeren die ze eten.  De koedoes leven in kuddes tot 25 dieren bestaande uit vrouwtjes met hun kalveren.  Als er een kalfje wordt geboren, zondert de moeder zich met het jong af. 

De koedoes zijn niet echt bedreigd.  In het wild komen er nog tot 300 duizend dieren voor.  Toch worden ze graag bejaagd door jagers die de hoorns als een echte trofee zien.  Enkel in Somalië en Oeganda wordt de soort bedreigd. 

foto’s : hans hillewaert, masteraah