onderfamilie

Honingdassen

mellivora capensis - honey badgers

De honingdassen zijn een onderfamilie van de marters.  Ze leven in woestijnen, savannen en bossen in Afrika en Azië.  Hun naam hebben ze natuurlijk gekregen omdat ze gek zijn van honing.  Het zijn stevige dieren met een lang lichaam, een grote kop met kleine oren en korte poten.  Hun kaken zijn zeer sterk, maar ook hun nek en schouders zijn fors gespierd.  De voorpoten zijn breed en hebben ferme klauwen.  Achteraan zijn de klauwen kleiner.  Ze hebben ook vrij grote hersenen.  Daarmee hebben ze een van de grootste hersenen van alle roofdieren. 

De vacht is kort en ruw en is van de rug tot aan de staart grijzig en wit van kleur.  De rest van het lichaam is zwart.  Soms loopt er een witte band tussen de grijze rug en de zwarte zijkanten.  Jonge dieren zijn eerst nog bruin van kleur.  De honingdassen worden tot 70 centimeter groot en wegen 7 tot 16 kilogram.  De staart is 16 tot 30 centimeter lang. 

Honingdassen kunnen tegen het gif van adders en andere slangen.  Het gebeurt dat er een gevecht is tussen een slang en een honingdas.  Maar de das kan makkelijk de kop van de slang afbijten.  Als hij eerst wordt gebeten, zal hij even bewusteloos zijn, maar even later gewoon weer wakker worden.  Je vindt de dieren in het noorden van Afrika en Arabië tot India.  Hij houdt van open steppen tot savannes en dichte wouden.  Maar ook in woestijnen en aan de kust vind je de dieren terug.  Het zijn echte nachtdieren die jagen als het bijna donker begint te worden.  Zo leggen ze heel wat kilometers af tijdens de nacht.  Overdag rusten ze of slapen in een oude termietenheuvel of het hol van een aardvarken.  Meestal leven de dieren alleen, tenzij ze gaan paren.  In een nest worden tot 4 jongen geboren.  Het hol onder de grond is bekleed met mos en gras. 

Als er gevaar is, dan maakt hij een flink lawaai dat op een ratel lijkt.  Vandaar wordt de honingdas ook wel de ratel genoemd.  Gevangen worden de dieren tot 26 jaar oud.  In de natuur worden ze minder oud.  Ze leven van alles wat ze tegen komen zoals insecten, wormen, schorpioenen, spinnen en mestkevers.  Maar ook van kleine zoogdieren zoals muizen, hazen en stekelvarkens, slangen, schildpadden, vogels en vissen, knollen, vruchten en aas.  Dieren die verstopt zitten in of onder de grond haalt hij makkelijk naar boven met zijn klauwen.  In harde grond graaft hij bijennesten open.  Met sterke geurtjes verdooft hij de insecten een beetje zodat die hem niet kunnen steken.  Ook is zijn huid erg dik voor insectenbeten. 

De honingspeurder is een vogel die eveneens erg houdt van honing.  Er is al gezien dat de das en de vogel samenwerken.  De vogel roept de honingdas en brengt hem naar een plaats waar veel honing te vinden is.  De honingdas breekt een nest open en de honingspeurder kan mee smullen. 

Door mensen is de das niet graag gezien omdat hij de bijenkasten openbreekt die mensen thuis houden.  Ook zou hij kippen en andere huisdieren doodbijten en ziektes overbrengen. 

foto’s : jaganath, matej batha, creative commons