soort

De moerasantilope

tragelaphus spekii - marshbuck, sitatunga

De moerasantilope of de sitatoenga is een soort antilope die voorkomt in Afrika.  Soms worden ze ook de waterkoedoe genoemd.  Het zijn middelgrote dieren met lange poten en een ruige vacht.  Ze zijn bruin tot grijs gekleurd, terwijl de vrouwtjes meer roodbruin zijn.  Over de rug lopen enkele vage witte strepen.  Maar ook op de wangen, de keel, de borst en op de snuit zitten witte vlekken.  Met hun lange hoeven kunnen ze makkelijk door de modder stappen zonder er in weg te zakken.  De dieren voeden zich met gras, kruiden, zegge en struiken.

Enkel de mannetjes hebben gedraaide hoorns die vrij zwaar zijn en 40 tot 90 centimeter lang worden.  Hun lichaam wordt 150 tot 170 centimeter groot.  Je vindt ze op plaatsen met veel water zoals moerassen of meren met rietvelden.  Ze komen voor in Centraal-Afrika rond de rivier de Kongo, de Niger en de Nijl.  Het zijn schuwe dieren die vaak verstopt zitten tussen het riet.  Hiertussen maken ze gangpaden en ook plaatsen om te slapen.  Het zijn ook knappe zwemmers en staan ook geregeld half in het water.  Bij gevaar gaan ze zelfs helemaal onder water met enkel de neusgaten boven om te ademen.  Ze verwittigen elkaar door niesgeluiden te maken. 

Tussen het riet op een droge plek wordt het jong geboren. Daar blijft het een hele tijd alleen liggen terwijl de moeder af en toe langskomt om haar kalfje te laten zogen. Sitatoenga’s worden vaak bejaagd door mensen. Het is makkelijk om op de paden tussen het riet vallen op te bouwen. Toch is de soort niet bedreigd.

foto’s : radomil, karelj