onderorde

Plantenluizen

sternorrhyncha

Plantenluizen zijn een onderorde van de grote groep van de halfvleugeligen.  Ze zijn dichte familie van de cicaden en de wantsen.  Tot de plantenluizen behoren 6 groepen : de schildluizen, de wolluizen, de witte vliegen, de bladvlooien, de dopluizen en de bladluizen.  Ze zuigen allemaal het sap uit planten met een zuigsnuit.  Ze worden amper een halve centimeter groot. 

Bladluizen moeten veel plantensap opnemen om veel eiwitten binnen te krijgen. Ze scheiden veel suiker af, waardoor er honingdauw ontstaat. Dat is een lekker zoet en lokt mieren, honingbijen en andere insecten. Mieren kunnen ook bladluizen melken om aan honingdauw te raken. Ze verzorgen de bladluizen en beschermen ze tegen vijanden. Belangrijke vijanden zijn de sluipwespen, graafwespen, larven van zweefvliegen en gaasvliegen, en lieveheersbeestjes.

De bladluizen kunnen razendsnel vermeerderen en vormen grote zwermen.  Ze overwinteren als eitje.  De eerste bladluizen die in de lente uitkomen zijn vrouwtjes.  Die kunnen jongen krijgen zonder eerst met een mannetje te moeten paren.  Laat in de zomer leggen de vrouwtjes ook eitjes waaruit mannetjes komen.  Deze mannetjes paren met de vrouwtjes .  De eitjes die hieruit komen zullen de winter ingaan en pas volgende lente uitkomen. 

foto’s : karwath, medievalrich,

superfamilies en families

schildluizen

schildluizen

bladvlooien

bladvlooien

witte vliegen

witte vliegen

bladluizen

bladluizen