soort

De poolvos

vulpes lagopus - arctic fox

De poolvos is een zoogdier dat behoort tot de hondachtigen.  Het zijn vossen die leven op de toendra, een koude streek bovenaan onze wereldbol.  De dieren worden 30 centimeter hoog en 55 tot 75 centimeter lang.  De staart is ongeveer 30 centimeter lang.  Vrouwtjes worden wat kleiner.  De kleur van hun vacht kan veranderen van grijsbruin in de zomer tot wit in de winter.  Er zijn ook poolvossen die lichtgrijs tot blauwig van kleur zijn.  Zij worden de blauwvossen genoemd.  Het kan best zijn dat er in een nestje gewone poolvossen een blauwvos tussen zit. 

Twee keer per jaar verliest de vos de kleur van zijn vacht.  Dat noemen we ruien.  Die verandering begint op de rug en gaat dan verder over het hele lichaam.  Poolvossen hebben kleinere oren en snuit.  De kop is ronder en de vacht is dikker.  Ze leven van kleine zoogdieren zoals lemmingen en woelmuizen.  Hoe meer lemmingen er dat jaar worden geboren, hoe meer vossen er ook zullen zijn.  Verder eten ze ook ganzen, zeekoeten, sneeuwhoenders en steltlopers.  Maar ook eieren, bessen, vruchten en insecten worden gegeten.  Ze begraven hun voedsel om later weer op te graven als ze honger krijgen.  Ze leven zowel overdag als in de nacht.

Je vindt deze poolvossen in de toendra van Noord-Amerika, Noord-Europa en Noord-Azië.  De poolvossen worden verdeeld in 8 ondersoorten die allemaal op verschillende plaatsen voorkomen.  Er wordt soms flink op gejaagd voor hun pels.  Gelukkig krijgen de vossen veel jongen en is de jacht nu veel minder dan vroeger. 

Na het paren, draagt de moeder poolvos haar jongen tot 54 dagen. Dat kunnen er soms 10 per worp zijn. Dat is erg veel voor zo’n kleine dieren. Er is al gezien dat een poolvos 18 jongen kreeg. Ze worden blind geboren en hebben een donkerbruine vacht. Na 14 dagen gaan de oogjes open. Het voedsel wordt hen gebracht door de ouders of de helpsters. Ze kunnen tot 11 jaar oud worden.

De dieren trekken wel honderd kilometer ver om voedsel te zoeken.  Dat doen ze alleen of in groepjes.  Onderweg eten ze soms aas of zelfs schelpdieren.  In de groep zit meestal één mannetje met meerdere vrouwtjes.  Maar het is maar met één vrouwtje dat hij zal paren.  De andere vrouwtjes van de groep worden met rust gelaten.  Zij helpen mee om de jongen op te voeden.  Poolvossen leven in een burcht.  Dat zijn vele gangen onder de grond met verschillende uitgangen.  Er zijn ook groepen die hun jongen niet in een burcht maar gewoon buiten werpen. 

foto’s : eyal bartov, king saud university , rudloff