geslacht

Reuzenzwijnen

hylochoerus meinertzhageni - giant forest hog

Het reuzenboszwijn is een soort varken dat leeft in de regenwouden van Afrika en is de enige soort in dit geslacht.  Ze worden ook reuzenzwijnen of Meinertzhagenzwijnen genoemd.  Het is het grootste wilde varken dat er bestaat.  Het zijn zware dieren met een grote, lange kop.  Hun snuit is breed en plat en ze hebben kale wangen.  De mannetjes hebben slagtanden die naar achter gekromd zijn.  Ze worden tot 2 meter lang en 1 meter hoog aan de schouders gemeten.  Mannetjes kunnen meer dan 250 kilogram wegen. 

Het zijn nachtdieren die overdag tussen de struiken liggen te slapen.  Ze leven van gras, kruiden, bladeren en vruchten.  Maar ook aan wortels van planten durven ze knabbelen.  Ze grazen eerder dan te wroeten in de grond.  Maar ze eten wel grond of likken aan zoutstenen.  De dieren leven met hun familie samen tot wel 12 dieren.  Ze zoeken elkaar op door te blaffen of te grommen.  Zo weten ze of de zwijnen bij hun groep horen of niet.  De beren beschermen hun groep sterk teen hyena’s, leeuwen of luipaarden.  Maar ook mannetjes vechten soms met elkaar door met de snuiten tegen elkaar te botsen.  Of met hun voorhoofd tegen elkaar in te beuken.  Daarbij kan dit een flinke klap geven.  De vrouwtjes vinden dat wel knap en zullen de winnaar besnuffelen. 

Na het paren kunnen er tot 6 biggen geboren worden. Ze worden in een nest van droog gras geworpen verstopt tussen de struiken. Ze hebben dan een gele kleur en blijven een ganse week volledig verstopt. De dieren groeien vrij snel en worden dan stilaan zwart van kleur. De varkens worden tot 18 jaar oud.

Je vindt de dieren in Kongo, Kenia en Ethiopië.  Soms zie je ze tot een hoogte van wel drie duizend meter.  Ze houden van allerlei soorten bossen en wouden zolang ze maar genoeg eten vinden of plekken hebben om rustig te grazen.   Omdat de dieren zo groot zijn, vallen ze goed op voor jagers.  Mensen jagen op de dieren om ze op te eten. 

foto’s : chalupa, zappa, rosquist,

slechts één soort