soort

De rietbok

redunca arundinum - southern reedbuck, rietbok, common reedbuck

De rietbok is een soort antilope uit de groep van de waterbokken en de rietbokken.  Het is de kleinste soort van alle rietbokken.  De dieren komen voor in het zuiden van Afrika.  Ze worden ongeveer 130 tot 170 centimeter groot.  Aan de voorkant van de poten zie je donkere strepen en rond de ogen zitten witte kringen.  Hun vacht is bijna wollig en licht- tot grijsbruin van kleur.  De onderkant is lichter van kleur.  De rietbokken dragen korte hoorns die naar voren krommen en tot 40 centimeter lang kunnen worden. 

De dieren leven in paartjes of alleen.  Soms maken ze kuddes van ongeveer 20 dieren.  Hun naam kregen ze omdat ze overdag graag in het hoge gras of riet liggen te rusten.  Vrouwtjes en jonge mannetjes gaan bij het paren eerst een dansje opvoeren voor oudere mannetjes.  Ze rennen snel heen en weer en maken lange sprongen.  De staart is opgerold en ze geven een flinke geur af.  Er wordt één jong geboren dat verstopt blijft in het hoge gras.  Vrouwtjes blijven niet bij hun jong maar gaan zelf voedsel zoeken.  10 tot 30 minuten per dag komt ze terug om haar jong te laten zogen. 

Hun vijanden zijn leeuwen, luipaarden, hyena’s, jachthonden, cheeta’s, pythons en krokodillen.  Als er gevaar is, dan verstoppen ze zich in het riet.  Ze houden zich dan doodstil.  Als het nodig is, dan vluchten ze weg door heen en weer te huppelen en te springen zodat de vijand verward raakt.  Langs de neusgaten maken ze een klikkend geluid om andere dieren te verwittigen. 

Ze leven van kruiden en riet, maar komen nooit in het water.  Toch blijven ze in de buurt van water omdat ze vaak moeten drinken.  Ze komen voor op natte graslanden, bossen en savannes.  Je vindt ze in velelanden terug in het zuiden van Afrika van Zuid-Afrika tot Congo en Gabon.  Er wordt wel op de dieren gejaagd voor hun vlees.  Van alle antilopen zijn zij het makkelijkst te vangen en te doden. 

foto’s : spangenberg, public