familie

Springhazen

pedetidae - springhares

Springhazen zijn knaagdieren die voorkomen in het zuiden en het oosten van Afrika.  Er bestaat maar één soort meer.  Het zijn gekke diertjes die sinds kort in een aparte familie zitten.  Vroeger werden ze bij de families van de stekelstaarteekhoorns en de jerboa’s gezet.  Ze lijken goed op hazen maar behoren niet tot die familie.  Ze hebben lange krachtige achterpoten en korte voorpoten.  Tijdens het springen houden ze zich recht zonder de grond te raken met de voorpoten.  Soms springen ze tot 3 meter ver.  Zo doen ze wat denken aan een kangoeroe. 

De dieren worden ongeveer 27 tot 40 centimeter groot met een staart die even lang is en bedekt is met borstelige haren. De vacht is bovenaan beige of roodbruin en onderaan wit van kleur.  De staart is op het eind zwart.  De oren zijn groot en worden ongeveer 8 centimeter lang.  Ook de ogen vallen op en zijn zwart van kleur.  Aan de voorpoten zitten kromme maar scherpe nagels om goed te kunnen graven in de bodem.  Ze maken gangen in de bodem die allemaal samen tot meer dan 40 meter lang kunnen zijn.  Er zijn verschillende ingangen om makkelijk te kunnen vluchten voor vijanden. 

Het zijn echte nachtdieren die overdag in hun burcht slapen.  Ze leven van grassen, kruiden, knollen en wortels die ze zelf uitgraven met hun klauwen.  Als er te weinig eten is, durven ze ook insecten te eten.  Maar ze gaan nooit ver va hun gangen vandaan. 

De dieren worden ongeveer 7 jaar oud in de natuur, maar gevangen worden ze soms 19 jaar.  Er worden ook het ganse jaar door jongen geboren, maar steeds één per worp.  Die worden tot 50 dagen door de moeder gevoed.  Daarna zullen ze voor het eerst de burcht verlaten. 

foto’s : devonpike, trevor hardaker, exopets