soort

De ternatekoeskoes

blue-eyed cuscus - phalanger matabiru

De ternatekoeskoes is een klimbuideldier uit de familie van de koeskoezen.  Hij komt voor in het oosten van Indonesië op de Molukse eilanden Ternate en Tidore.  De blauwogige koeskoes bereikt een lengte van 35 tot 38 centimeter en heeft een staart van ongeveer 30 centimeter.  De soort is iets kleiner is dan de witte koeskoes, de kop smaller en de snuit korter.  De rugvacht is donkergrijs met een gele tot roodbruine tint op de schouders.  Een smalle, zwarte streep loopt van het hoofd tot aan de achterkant van de rug.

Gekleurde vlekken aan het begin van de oren ontbreken.  De voor- en achterpoten zijn grijs met een gele tint.  Opvallend is dat de iris blauw is. Hij leeft in vochtige tropische bossen en op nootmuskaatboomplantages en kokospalmplantages.  De dieren eten graag de zachte pellen waarin de nootmuskaat zit.   De soortnaam matabiru betekent ‘blauwe ogen’ in de Indonesische taal.  Vanwege het zeer kleine leefgebied wordt de soort als bedreigd beschouwd.  Er wordt ook door de mens op gejaagd.  Verder vormt ook de vulkaan op Ternate een bedreiging.