soort

De waterbuffel

bubalus bubalis - water buffalo, domestic asian water buffalo

De waterbuffel is een soort rund en vrijwel de bekendste waterbuffelsoort.  Hij wordt ook wel de karbouw genoemd.  Ze worden 150 tot 190 centimeter hoog tot de schouders en 240 tot 300 centimeter groot.  Hun vacht is grijs-zwart.  De poten zijn onderaan wit van kleur.  Stieren hebben grote hoorns die naar achter buigen.  Ze kunnen samen tot 2 meter lang worden.  Volwassen dieren wegen erg zwaar van 300 tot 1200 kilogram.  Koeien worden minder zwaar dan stieren.  De dieren komen in het wild voor in India, Nepal, Bhutan, Thailand en Cambodja.  Meestal worden ze door mensen als werkdier gehouden om rijstvelden om te ploegen. 

Omdat de dieren zoveel worden gekruist met andere runderen, is het vaak moeilijk om nog zuivere rassen te vinden.  Ze houden van graslanden en oevers met vele bossen in de buurt.  Waarschijnlijk leven er nog 4 duizend dieren in de natuur.  Ze grazen de ganse dag en zoeken graag de modder op als het te heet wordt overdag.  De dieren leven samen in kuddes van ongeveer 30 dieren. 

De buffels horen en ruiken goed.  Bij gevaar of als er andere mannetjes in de buurt zijn, stampen ze met hun poten op de grond.  In de natuur worden de buffels tot 25 jaar oud.  Veel vijanden hebben ze niet, want de meeste dieren hebben schrik van de gevaarlijke hoorns.  Alleen tijgers durven wel eens een aanval proberen.  Maar dan enkel als er een jong of een ziek dier wat apart loopt.  Natuurlijk zijn ook mensen een vijand voor de waterbuffel in het wild. 

Niet alleen voor het werk, maar soms ook voor het vlees zijn deze dieren belangrijk voor de mens. De melk is voedzaam en vrij vet. En ook de huid kan als leder gebruikt worden.

foto’s : l chang, eric pohlsen, jw2c, creative commons