soort
De eikpad
oak toad - anaxyrus quercicus
De eikpad is een kikker uit de familie padden van de padden. Het is een vrij kleine soort in vergelijking met andere padden. Het lichaam bereikt een lengte van 2 tot 3 centimeter. De kikker heeft een vrij plat, rond lichaam met een grijze tot bijna zwarte basiskleur en op de rug enkele zeer grote, grillige vlekken. Die zijn altijd donkerbruin tot zwart en doen denken aan een landkaarttekening. Op het midden van de rug zit een duidelijk zichtbare, witte tot oranjegele groef. Over het hele lichaam zitten kleine wratjes die vaak een afwijkende kleur hebben, zoals rood tot geel.

Deze soort heeft een voorkeur voor de wat grassige plaatsen in het bos, maar wordt soms kilometers ver van water gezien. Meestal zit de kikker tussen de bladeren of in ondiepe holletjes te wachten tot er een prooi voorbij komt. Hij jaagt op kleine insecten en de larven ervan en andere kleine geleedpotigen. De soort leeft vooral overdag, maar als het weer te schraal is kan de kikker wekenlang onder stenen of planten wachten tot het vochtiger wordt.



De paartijd loopt van april tot oktober, en de mannetjes lokken de vrouwtjes met de zeer grote kwaakblaas. De kwaakblaas kan twee keer zo hoog worden als de kikker zelf waardoor het dier lijkt te ontploffen iedere keer als er wordt gekwaakt. Door de grotere keelzak kan echter een veel harder geluid worden gemaakt. De lokroep klinkt als het gepiep van een jong vogeltje, maar dan zeer luid. Als men bij enkele kwakende padden in de buurt staat doet het pijn aan de oren.
De soort leeft in delen van Noord-Amerika en komt enkel voor in de Verenigde Staten. Daar leeft hij uitsluitend in eikenbossen, waaraan hij zijn naam te danken heeft.

