klasse

bivalvia - bivalves, clams, oysters, mussels, scallops
De tweekleppigen zijn dieren die behoren tot de weekdieren en hebben steeds een schelp die uit twee gelijke of ongelijke kleppen bestaat. Aan de zijkant zit er een graafvoetje en kieuwen waarmee de dieren in het water kunnen ademen. De twee kleppen blijven aan elkaar vast zitten door een spier aan de binnenkant van de schelp. Aan ons strand vind je vele van deze soorten tweekleppigen. De bekendste zijn natuurlijk de mossel en de oester. Het vlees is zacht en vlezig. Maar weinig roofdieren kunnen de twee kleppen open krijgen. Vogels zoals de scholeksters hebben een stevige snavel die meer op een beitel lijkt. Hiermee wrikken ze de schelpen open. Een grote kreeft gebruikt zijn scharen om de schelp te kraken. Walrussen openen de schelpen met hun tanden. Wij mensen lusten deze lekkernijen ook wel. Ze staan vaak op het menu in een restaurant. Zo kan je kokkels, mosselen, oesters en Sint-Jacobsschelpen eten.



De meeste tweekleppigen kunnen niet goed bewegen of zitten zelfs vast op rotsen of stenen. Ze laten het voedsel langs het water naar zich toekomen. Het water wordt met een buisje opgezogen. De kieuwen halen de lekkere deeltjes eruit en nemen ook zuurstof op. Langs een ander buisje gaat het water er terug uit.

foto’s : wilson44691, david monniaux, janderk, schmallenberg, tom meijer, darkone
soorten
melkwitte arkschelp
witte boormossel
stevige strandschelp
grote strandschelp
kamoester
kokkel
gewone marmerschelp
Amerikaanse boormossel
oester
halfgeknotte strandschelp
tapijtschelp
parelmoerneut
geribde zeeklitschelp
mossel
mesheft
zaagje
scheve bultschelp
nonnetje