soort

De alpenkraai

red-billed chough - chough - pyrrhocorax pyrrhocorax

De alpenkraai is een soort kraai die graag op bergen en kliffen rondhangt.  Je vindt ze van Groot-Brittannië tot het zuiden van Europa en zelfs tot het noorden van Afrika, India en China.  De vogels hebben glanzende, zwarte veren en een rode snavel die lang en gebogen is.  Ook de poten zijn rood.  In de lucht zijn het echte acrobaten.  De dieren broeden in spleten van rotsen of grotten.  Daarin maken ze een nest van pluimen waarin ze meestal drie bruingrijze eieren leggen.  In de zachtere rotsen graven ze verder tot één meter diep om veilig te nestelen.  Ze leven van kleine en grotere insecten die ze vaak in groep bejagen.  Na 40 dagen vliegen de jongen uit.

De vogels zijn niet echt bedreigd, maar toch flink verminderd door de manier hoe mensen aan landbouw doen.  Er bestaan verschillende ondersoorten van de alpenkraai.  De vogels zijn te herkennen van andere kraaien door hun rode snavel.  De veren zijn fluweel zwart met een groene schijn.  De vorm van de staart en de manier van vliegen zijn ook anders dan de andere kraaien.  Het geluid dat ze maken is ook herkenbaar.  De lange snavel is goed om naar spinnen, insecten en andere kleinere diertjes te graven.  Maar ook graantjes of maïs lusten ze graag en zelfs grassen op de weilanden.  Alles hangt af van wat de alpenkraaien op dat moment terug vinden in de natuur. 

De alpenkraaien leven liefst in de hoge bergen tot meer dan twee duizend meter hoogte.  Zelfs op acht duizend meter hoogte vinden we deze kraaien in de Himalaya.  Slechtvalken, uilen en arenden horen bij de belangrijkste vijanden. 

foto’s : pethan gfdl, mbdortmund, jim higham, snowmanradio