De dieren leven in groepjes van zes tot tien dieren en leven van fruit, boomsappen, insecten, spinnen, hagedissen, kikkers en slangen.  Om het sap van de bomen te pakken, knagen ze met hun voortanden aan de schors van de bomen.  Na het paren dragen ze de jongen nog tot 180 dagen voor ze worden geboren.  Meestal is het ook maar één jong.  Maar iedereen in de groep zorgt mee voor het kleintje.  Enkel voor de melk keert het jong terug naar mama. 

De springtamarins worden tot 15 jaar oud.