soort

Het witstaarthert

odocoileus virginianus - white-tailed deer

Het witstaarthert wordt ook wel het Virginiaans hert genoemd.  Het komt voor in het zuiden van Canada, de Verenigde Staten, Midden-Amerika tot aan Brazilië.  Daar leven ze in bossen tot woestijnen en van bergen tot moerassen.  De dieren durven zelfs tot bij de huizen van de mensen te komen.  Deze herten zijn ook ingevoerd in Nieuw-Zeeland, Finland, Tsjechië en Slowakije.  Ze zijn ongeveer70 tot 110 centimeter groot, ongeveer 180 centimeter lang en een staart van 15 tot 30 centimeter.  Mannetjes zijn een pak zwaarder dan de vrouwtjes.  Tijdens de zomer is de vacht roodbruin terwijl die in de herfst verandert in een grijze kleur.  Onderaan zijn ze wit en ze hebben ook een witte keelvlek.  De bruine staart is onderaan wit waaraan het hert zijn naam dankt.  Mannetjes hebben een flink gewei en de jongen zijn gevlekt zodat ze minder opvallen voor hun vijanden. 

Het zijn nachtdieren die zich soms overdag eens laten zien. Dan slapen ze meestal tussen de dichte struiken. Ze gebruiken hiertussen steeds dezelfde gangetjes. De herten leven van gras, kruiden en bladeren. Tijdens de zomer en de herfst lusten ze ook waterplanten, noten en maïskolven. In de winter houden ze wel van paddenstoelen en korstmossen.

De dieren leven in groep waarin enkele bokken zitten of een moeder met haar jongen. Binnen de groep is er eentje baas. Vaak wordt er ook gevochten tussen de mannetjes om baas te kunnen zijn. Een gevecht gebeurt door te schoppen en te knikken met de hoofden.

De belangrijkste vijanden zijn de poema en de wolf.  Als er gevaar is, dan zal het hert snuiven en stampen met zijn hoeven.  De staart wordt rechtop gezet alsof er een witte vlag wordt getoond.  Deze vlag wijst de andere herten op het gevaar.  Die vlek is ook belangrijk voor de jongen die zo hun moeder makkelijker kunnen volgen. 

Witstaartherten kunnen prima zwemmen en rennen.  Ze halen soms 60 kilometer per uur en kunnen ook tot 9 meter ver springen en ruim 2 meter hoog.  Na het paren worden de jongen na 200 dagen geboren.  Het nestje bestaat uit 2 tot 3 kalfjes.  Die worden wel alleen gelaten als de moeder op zoek gaat naar voedsel.  De jongen weten dan dat ze zich plat op de grond moeten drukken.  De vlekjes op hun vacht zijn een goede schutkleur.  Die verdwijnen na 4 tot 5 maanden.  Ze blijven bij de mama tot die een nieuw nest met jongen heeft.  In de natuur worden ze tot 15 jaar oud, maar in parken soms tot 25 jaar. 

In de tekenfilm van Bambi werd dit witstaarthert gebruikt om over tekenen.  Je herkent in de film zeker het witte staartje van Bambi en zijn mama. 

foto’s : scott bauer, mwanner, gordon robertson, jonathunder