orde

Vliesvleugeligen

hymenoptera

De vliesvleugeligen zijn een grote orde insecten met meer dan honderdduizend verschillende soorten. Ze behoren tot deze groep omdat ze dunne, doorzichtige vleugels hebben. De bekendste uit deze groep dieren zijn de mieren, de wespen, de bijen en de hommels. Kevers en wantsen hebben harde vleugels en vlinders hebben schubben op hun vleugels. Het lichaam bestaat uit drie delen : de kop, het borststuk en het achterlijf. Bijna alle vliesvleugeligen hebben vleugels. Ook de mieren hebben vleugels, al zijn het enkel de mannetjes.

Hun kop is meestal erg groot en ze hebben facetogen aan de zijkant van de kop. De twee ogen raken elkaar niet. Met deze ogen zien ze erg veel, maar geen rode kleuren en wel ultraviolet. Dat is een kleur die zelfs mensen niet kunnen zien. Hun voelsprieten zijn langer dan veel andere insecten zoals muggen en vliegen en zijn ook dikker.

De vleugels zitten per twee vast met grote voorvleugels en kleinere achtervleugels. Er zijn ook muggen of vliegen en vlinders die goed lijken op vliesvleugeligen. Soms hebben ze dezelfde strepen of dezelfde vorm. Zo bestaan er zweefvliegen, wespvlinders en wespenboktorren. Vijanden raken hierdoor erg verward en weten niet of deze insecten ook zullen steken of bijten.

Wat de vliesvleugeligen ook apart maakt, is hun zorg voor de jongen. Ze leggen voedsel aan zodat de jongen al dadelijk het gepaste eten hebben. Of ze leggen hun ei in een blad zodat de larven dadelijk beginnen te eten als ze uitkomen. Bijen leggen hun eitjes dan weer in een cel die ze fel verdedigen bij gevaar. Of er worden eitjes gelegd in andere levende dieren.

Vele families leven samen in een kolonie waarbij elk insect zijn eigen taak heeft. Zo hebben mieren, bijen en wespen een koningin die elke dag wel meer dan duizend eitjes legt. Werksters zorgen ervoor dat er genoeg voedsel is voor iedereen zoals nectar uit bloemen.

superfamilies