geslacht

De dikdik

madoqua - dik-diks

De dikdik is een hoefdier uit de familie van de echte antilopen.  Het zijn kleine dieren die zo genoemd worden omdat het geluid dat ze maken op ‘dikdik’ lijkt.  Dat doen ze als er gevaar is en ze elkaar willen waarschuwen.  De dieren komen voor in het zuiden en het oosten van Afrika.  Ze worden ongeveer 30 tot 40 centimeter hoog en hebben een spitse snuit en een grijsbruine vacht.  Op de kop staat een plukje haar zodat het lijkt of hij een kuifje heeft.  Zo kan je soms de korte hoorns van het mannetje minder goed zien.  Die staan licht naar achter gebogen. 

Vrouwtjes zijn iets groter dan mannetjes en hebben geen hoorns.  De kop van de dikdik lijkt soms wat te groot voor zijn kleinere lijfje.  Rond de ogen hebben de dieren een lichte ring die doorloopt tot een streep.  En achter op hun lijf staat een stip die op een hartje lijkt.  Ze leven van grassen, fruit, scheuten, bessen en struiken met bladeren.  Drinken doen ze niet veel, want ze halen het meeste water uit de bladeren die ze eten.  Ze kunnen ook makkelijk bladeren plukken van acaciabomen die veel stekels hebben.  Omdat ze zo klein zijn, wringen ze zich er makkelijk tussen. 

Het liefst lopen ze tussen kleine struiken zodat ze toch nog goed kunnen zien of er gevaar loert. Meestal zie je ze op vlaktes samen met giraffen en andere antilopen. Er moeten wel hogere struiken en hoog gras in de buurt zijn om af en toe weg te glippen voor gevaar.

De dikdiks leven in paartjes en blijven ook ieder jaar samen.  Als de jongen geboren worden, wegen die nog geen kilogram.  Na zes tot acht maanden zijn ze volwassen.  Hun grootste vijanden zijn varanen, adelaars, pythons, caracals, leeuwen, cheeta’s, hyena’s, wilde honden, jakhalzen en ook mensen. 

foto’s : gnu free, pedro gonnet, mahdi karim, gordon robertson

4 soorten

Guenthers dikdik

Kirks dikdik

zilverdikdik

saltdikdik