soort
De rode eekhoorn
sciurus vulgaris - red squirrel
De rode eekhoorn is een knaagdiertje dat graag in het bos leeft. Ze behoren tot de boomeekhoorns. Het heeft een mooie pluimstaart in de vorm van een borstel. Het heeft ook mooie oorpluimen en de haren van zijn staart kan hij gemakkelijk opzetten.
Met zijn lange, kromme klauwen kan hij in bomen klimmen en van tak naar tak springen. Tijdens een sprong spreidt hij zijn poten, waarbij de losse huid tussen zijn tenen hem helpt om in de lucht te blijven hangen. De pluimstaart dient als roer, waarmee hij zijn sprong kan sturen. Ook kan hij goed zwemmen.


Eekhoorns eten noten en zaden van sparren en pijnbomen. Verder eten ze knoppen, paddenstoelen, stukken boomschors, soms insecten, eieren en zelfs jonge vogels. Het is een dagdier, dat het best te zien is als de zon net opkomt. Dan is de natuur nog heel stil en daar geniet hij van. Hij legt ook een wintervoorraad aan maar houdt geen winterslaap. In plaats daarvan houdt hij zich bij gure dagen in zijn nest verborgen en bezoekt hij bij goede dagen zijn wintervoorraad.

De eekhoorn zijn nest is rond. Soms maken ze ook een nest op een tak of in een holle boom. Het wordt gemaakt van twijgjes met van binnen mos en gras. Als er jongen in het nest komen, wordt het dikker gemaakt zodat het warmer en steviger is. Rode eekhoorns worden zes tot zeven jaar. Hun belangrijkste vijanden zijn marters, roofvogels, honden en katten. Ook sterven dieren door de honger en door auto-ongelukken.

In de paartijd jagen de mannetjes achter elkaar aan om te zien wie het beste vrouwtje kan krijgen. Per worp krijgt een vrouwtje één tot acht jongen. Enkel het vrouwtje zorgt voor de jongen. Ze leven in uitgestrekte bossen en komen ook voor in parken en tuinen. Heel hoog in de bergen vind je ze niet.
foto’s : toivotoivanen, gnu, ford, sevcik

