soort

De alpenmarmot

alpine marmot - marmota marmota

De alpenmarmot is een grondeekhoorn uit het geslacht van de marmotten.  Hij komt voor in de Alpen en is in meerdere andere Europese berggebieden door de mens binnen gebracht.  De marmot heeft een stevig gebouwd lichaam met een grote kop en korte poten.  De voorpoten hebben vier tenen, de achterpoten vijf.  De kleine oren zitten volledig in de huid verborgen.  Die bestaat uit een harige vacht met daaronder een bijzonder dikke vetlaag.  Die dient als voedselreserve tijdens de winterslaap en om het dier warm te houden. 

Ook de staart is dik behaard.  De kleur van de vacht gaat van grijs tot geelachtig bruin.  Aan het begin van de zomer, in juni en juli, is de marmot in de rui.   Een volwassen dier is tussen de 50 en 55 centimeter met een staart van 15 tot 20 centimeter lang.  De alpenmarmot voedt zich met grassen, kruiden en zeggen met soms bloemen, onrijpe vruchten en wortels.  Het is een dagdier dat op zeer warme dagen alleen ’s ochtends en ’s avonds tevoorschijn komt.

Alpenmarmotten leven in familie in een uitgebreid gangenstelsel, dat een burcht wordt genoemd.  Een groep bestaat uit twee tot twintig dieren met een dominant paartje en hun jongen.  Bij gevaar laten ze een korte, scherpe, fluitende alarmroep horen, waarna alle marmotten de gangen invluchten.  De nestkamer, waarin de dieren slapen, ligt zeer diep, en is bekleed met gras.  De ingang van de nestkamer wordt afgesloten tijdens de winterslaap.  Meerdere dieren liggen bij elkaar tijdens de winterslaap.  Tijdens de winterslaap kan de lichaamstemperatuur dalen tot een temperatuur van 5 °C. 

De marmot wordt maximaal 15 tot 18 jaar oud.  Natuurlijke vijanden zijn onder andere steenarend, oehoe en vos.  Jonge dieren vallen ten prooi aan de raaf, havik en steenmarter.  Vroeger werden alpenmarmotten ook door de mens gedood.  Het leeft op alpenweiden tussen de 600 en 3200 meter op steile rotsige heuvels. 

foto’s : cephas, april king,