soort
De bosgors
rustic bunting - emberiza rustica
De bosgors is een zangvogel die behoort tot de familie van de gorzen. Hij is in West-Europa een dwaalgast, meet 14 centimeter en weegt tussen de 17 en 22 gram. De soort is dus ongeveer even groot als de rietgors. Zij is van deze soort te onderscheiden door de roze pootjes en onderste snavelhelft die bij de rietgors grijs zijn. De bovenkop en oorstreek zijn zwart, in de winter iets bruinachtig. De kin, de keel en de wenkbrauwstreep zijn wit. De roep is opvallend en herhalend en klinkt als een weemoedig delie-deloe-delie.

Het nest bestaat uit een kommetje van mos en gras, gevoerd met fijner materiaal zoals haar. Het legsel bestaat uit vier of vijf bleekblauwe of -groene gevlekte eitjes die 2 centimeter groot zijn. De jongen worden in een dag of twaalf door het vrouwtje uitgebroed, waarna ze nog een week of twee door beide ouders worden verzorgd.

De soort broedt in de Euraziatische taiga, van Finland oostwaarts tot in Siberië. Hij overwintert in Zuidoost-Azië, Japan en het oosten van China in open bossen of open terreinen. De bosgors broedt in naaldwoud op of vlak boven de grond vaak in de buurt van water.

In onze streken is hij een dwaalgast die met regelmaat wordt waargenomen of gevangen door ringers. Hij heeft een groot verspreidingsgebied en daardoor is de kans op kwetsbaar gering. Hun aantal in het wild wordt geschat op 37 tot 120 miljoen vogels.
foto’s : malene thyssen, marek szczepanek, alan vernon, jorg hempel,

