soort
De breedvoorhoofdkrokodil
dwarf crocodile - osteolaemus tetraspis
De breedvoorhoofdkrokodil is een van de kleinste soorten krokodillen. Met hun staart bij worden ze ten hoogste 2 meter. Op hun rug en staart is hun pantser erg dik. Omdat die stevige schubben ook in hun nek en buik doorlopen tot aan de kop, krijgen ze deze aparte naam. De ogen zijn groot op een toch vrij smalle kop en korte snuit. Het pantser is donker gekleurd, maar bij jongere dieren zitten er gele vlekken op het lichaam en zwarte stippen op de keel en zijkant. In totaal hebben deze krokodillen wel 64 tanden die soms op 5 tot 15 rijen staan.

Deze soort komt voor in het midden en westen van Afrika. Daar leven ze in zacht stromend water, in moerassen en rivieren in dichte bossen. De meeste andere krokodillensoorten leven op open plaatsen en kunnen daardoor makkelijk groter worden. Omdat de breedvoorhoofdkrokodil in dichte bossen leeft, wordt ze niet zo groot. Grotere soorten zoals de nijlkrokodil en de pantserkrokodil zijn een belangrijke vijand voor deze soort en daarom zullen ze uit elkaars buurt blijven. Overdag schuilt ze in een hol langs de oever van het water. In de nacht gaan ze op jacht. Ze jagen op vissen, amfibieën, kreeftachtigen en kleine reptielen. Soms eten ze wel eens fruit wat bij krokodillen bijna nooit voorkomt.


Vrouwtjes leggen tot 20 eieren in een nest onder zand dat wordt bewaakt tot alle jongen zijn uitgekomen. Dan graaft de moeder alle piepende kleintjes uit de grond. Die jongen zijn dan rond de 30 centimeter lang. Ze worden gevoed met insecten en wormen. Later jagen ze op kikkers en kleine visjes. Vooral roofvogels en kleine zoogdieren durven wel eens nesten van krokodillen leegroven, maar ook de mens is een vijand en jaagt op de soort voor hun vlees en hun leer. Daarom is de breedvoorhoofdkrokodil de meest bedreigde soort van alle krokodillen. Omdat de soort klein is worden ze zelfs als huisdier gekocht.

foto’s : raimond spekking, adrian pingstone

