soort

De dwerggrondeekhoorn

little ground squirrel - little souslik - spermophilus pygmaeus

De dwerggrondeekhoorn is een knaagdier uit de familie van de grondeekhoorns.  Hij komt voor van Oost-Europa tot Centraal-Azië. Deze grondeekhoorn heeft een stevig, laag lichaam, korte poten en een goed behaarde staart.  Hij heeft een bruingrijze rug met okerkleurige en gelige vlekken.  De kop is opvallend donkerder met okertinten en de staart is licht, grijsachtig met een bleke punt.  De lengte gaat tot 23 centimeter met een staart van 4 centimeter. 

De soort leeft in steppen en halfwoestijnen tot op hoogtes tot 500 meter.  Het leefgebied van de soort is de afgelopen 20 jaar afgenomen, waarschijnlijk als gevolg van klimaatverandering met meer nat weer.  Ook de begrazing door vee en akkerbouw kan ook een rol hebben gespeeld.  Deze soort is overdag actief en geeft de voorkeur aan grasland, akkerranden en bermen.  Hij leeft in kolonies met meerdere mannetjes en vrouwtjes. 

Hij bouwt vaste holen voor de winterslaap en voortplanting en tijdelijke holen als schuilplaats. Vóór de winterslaap worden alle uitgangen van het hol dichtgestopt met aarde.  In maart of april worden de ingangen geopend, worden de holen schoongemaakt en begint de bouw van nieuwe holen.  Als gevolg van graafwerkzaamheden gedurende meerdere jaren ontstaat er een heuvel aan het oppervlak van de grond, tot acht meter in diameter en 0,6 meter hoog. 

Wanneer ze bedreigd worden, laten ze een scherp, zingend geluid horen en trekken ze zich terug in de veiligheid van het hol.  Het dieet bestaat uit groene planten, wortels en zaden.  De voortplanting vindt eenmaal per jaar plaats en het aantal vrouwtjes dat deelneemt aan de voortplanting varieert van de aard van het lenteweer.  De grootte van hun nest schommelt tussen de drie en tien per broedsel.  

foto’s : ganmed64, sogosylt, scalzo