soort

De gestreepte skunk

striped skunk - mephitis mephitis

De gestreepte skunk of het gestreept stinkdier is het bekendste stinkdier.  Het heeft een zwarte vacht met twee brede strepen over de rug en de staart.  Ook de schouders en de kap boven op de kop zijn wit.  Er zijn bijna geheel zwarte skunken en bijna geheel witte.  Over het gezicht loopt een dunne, witte streep en de staart is erg ruig.  De dieren worden zo groot als een kat.  Hij wordt 50 tot 80 centimeter groot met een staartlengte van 18 tot 40 centimeter. 

Hij eet het liefst kleine knaagdieren, kevers, engerlingen, spinnen, slakken, mieren, rivierkreeften, bijen en wespen, hagedissen, de eieren van vogels die op de grond broeden, amfibieën, vruchten als kersen en bessen.  De skunk is een nachtdier dat graag alleen leeft.  Het houdt geen winterslaap.  In de herfst kweekt de skunk een vetlaag, om de wintermaanden door te komen.  Soms overwinteren meerdere stinkdieren in een hol. 

Als hol gebruikt het stinkdier een verlaten hol.  Soms gebruikt hij een bestaande schuilplaats als een holle boom of een ruimte tussen de rotsen.  Heel soms graaft hij zijn eigen hol.  Gestreepte skunks gebruiken soms ook ruimtes in muren als verblijfplaats.  Over het algemeen zit hij ondergronds in de winter. 

Zijn geur dient als waarschuwing voor vijanden.  Mochten ze toch aanvallen, steekt de skunk zijn staart uit, zet de staartharen op, klappert met zijn tanden en stampt op de grond met zijn voorpoten.  De meeste roofdieren zullen dan wegvluchten, maar de enkele vijand die blijft staan krijgt een nare verrassing. 

De skunk gaat op zijn voorpoten staan en richt zijn achterste naar zijn vijand.  Hij kan drie tot vijf meter ver spuiten, maar de damp die vrij komt kan wel tien meter ver dragen.  De geur blijft lang hangen en is van verre te ruiken.  De skunk is hier spaarzaam mee, want hij heeft maar genoeg voor vijf tot zes aanvallen.  Het duurt ook enkele weken voordat de vloeistof is aangevuld.  De meeste roofdieren laten zich hierdoor afschrikken.  Alleen de Amerikaanse oehoe, die een slechte reukzin heeft, is een echte vijand voor het stinkdier. 

Deze soort komt voor in bijna geheel Noord-Amerika, het zuiden van Canada en het noorden van Mexico.  Ze houden van woestijnen, bossen, prairies, grasvlakten en buitenwijken waar mensen wonen.