soort
De gewone duizendpoot
lithobius forficatus - brown centipede
De gewone duizendpoot komt bij ons vaak voor in de tuin. Hij wordt ook nog de steenloper of de rode duizendpoot genoemd. Ze worden ongeveer 2 tot 3 centimeter lang en zijn roodbruin van kleur met blinkende delen op zijn lijf. De andere soorten zijn duidelijk dunner. Ze worden geboren met amper 7 paar poten die langzaam bij groeien tot 15 paar poten. Telkens de duizendpoot vervelt, komt er één paar poten bij. Dat vervellen is nodig om te groeien. Vooraan hebben ze twee tangetjes als voorpoten. Het zijn twee giftige kaken waarmee ze hun prooi doden en dan in stukjes knippen. Ze hebben ook ogen, maar kunnen hiermee moeilijk zien. Om te bewegen, gebruiken ze vooral hun twee antennes.



De dieren leven van slakken, regenwormen en insecten. Daarmee ruimen ze vaak schadelijke diertjes op die aan de planten op de akkers knagen. De duizendpoten leven liefst tijdens de nacht omdat ze overdag makkelijk uitdrogen. Dan zie je ze zitten tussen stenen, achter boomschors of houtblokken. Als je de dieren oppakt, zullen ze je bijten. Die beet voelt aan als een wespensteek, maar is niet gevaarlijk.

foto’s : bartolini, michel vuijlsteke

