soort
De goudjakhals
golden jackal - canis aureus - common jackal
De goudjakhals ook wel gewone jakhals genoemd, is een hondachtige die nauw verwant is aan de wolf. Waarschijnlijk behoren de dieren in Afrika tot een andere soort dan de dieren in Eurazië. De Afrikaanse variant, die nog meer op een wolf lijkt, wordt voorgesteld om de Afrikaanse goudwolf te worden genoemd. De goudjakhals heeft een lichaam van 60 tot 130 centimeter lang. De staart is ongeveer 20 tot 30 centimeter lang. Het dier weegt 7 tot 15 kilogram. De kleur van de vacht is meestal goudgeel, maar varieert afhankelijk van het leefgebied. Goudjakhalzen die in bergachtige gebieden leven, hebben een grijze vacht en zij in Oost-Afrika verharen het hele jaar door.

Het belangrijkste leefgebied van het dier is Noord- en Oost-Afrika, tropische en subtropische gebieden van Azië en Zuidoost-Europa, zoals Noord-Griekenland, Roemenië, Bulgarije, Kroatië en Hongarije. Het komt regelmatig voor in Noordoost-Italië, Slovenië, Slowakije, Tsjechië, Polen en Oostenrijk. Deze soort geeft de voorkeur aan open landschappen zoals savanne en halfwoestijn. In Myanmar, Thailand, India en Bangladesh komt het ook voor in bossen.


De goudjakhals leeft in groepen die bestaan uit een paar, vaak met jongen uit eerdere nesten. De roedel heeft een vast territorium met een oppervlakte van maximaal 3 vierkante kilometer. De grenzen van het territorium worden gemarkeerd met urine. De dieren hebben een groot aantal verschillende geluiden, zoals blaffen, huilen en grommen. Met zijn lange en krachtige poten kan de goudjakhals gemakkelijk grote afstanden rennen. Hij is ook een behendige zwemmer.

In het wild wordt het dier maximaal 8 jaar oud en in gevangenschap maximaal 14 jaar. Goudjakhalzen hebben een typisch sociaal jachtgedrag. Ze jagen in paren of groepen, vooral ’s nachts. Het grootste deel van alle aanvallen door alleen jagende dieren mislukt. In paren is het succes groter. Ze vangen het grootste deel van hun voedsel met behulp van hun goede gehoor en snelheid. De manier waarop jakhalzen op hun prooi jagen, lijkt op die van de rode vos. Net als de rode vos zetten ze hun oren rechtop, buigen ze hun rug, tillen ze hun staart op en springen ze om met hun voorpoten op de prooi te landen, die vervolgens met een krachtige beet wordt gedood. Het voedsel van de goudjakhals bestaat uit bessen, waaronder druiven, maïs, insecten, knaagdieren, vogels, amfibieën en jonge gazellen.
Wanneer de jakhals de prooi niet helemaal kan opeten, draagt hij hem naar een struik of begraaft hem om er later op terug te keren. Om gemakkelijk bij de prooi te komen, volgen jakhalzen in Oost-Afrika grotere katachtigen zoals leeuwen. Ze wachten dan geduldig tot de leeuw zijn prooi met rust laat en nemen dan de rest. De grootste bedreiging voor de goudjakhals is de industrie en de toenemende landbouw. Vijanden onder de dieren zijn adelaars, pythons, luipaarden en cheeta’s.
foto’s : Hans Hillewaert, raoul duke 47, jw project.nl

