soort
De goudsijs
american goldfinch - spinus tristis
De goudsijs wordt ook wel de Amerikaanse goudvink genoemd en is een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen. De soort komt voor in de Verenigde Staten en Canada. Daar geven ze de voorkeur aan open vlakten, riviervlakten, boomgaarden, tuinen en weilanden. Het leefgebied strekt zich tijdens het broedseizoen uit over Noord-Amerika van kust tot kust. Het is een trekvogel die in de wintermaanden meer in het zuiden van de Verenigde Staten en Mexico blijven.

Ze houden van de aanwezigheid van mensen en komen veelvuldig voor in woonwijken waar ze afkomen op vogelhuisjes. De soort telt vier ondersoorten die op verschillende plaatsen voorkomen. De goudsijs is een kleine vogel die gemiddeld 11 tot 13 centimeter lang wordt. Hun gewicht ligt tussen de 10 en 20 gram. Hun snavel is klein, kegelvormig en meestal roze van kleur. Alleen in de zomermaanden kleurt hij oranje.


De mannetjes zijn grotendeels felgeel in de zomer en olijfkleurig in de winter, terwijl de vrouwtjes altijd een doffe geelbruine kleur hebben die in de zomer iets lichter wordt. De felle kleuren van het mannetje zijn bedoeld om vrouwtjes te lokken. Die kleuren ontstaan door de pigmenten die het mannetje verkrijgt uit zijn voeding.
De goudsijs voedt zich vooral met zaden, maar eet van tijd tot tijd ook insecten en bessen. Insecten worden ook veel aan de jongen gevoerd omdat ze erg voedzaam zijn. De zaden waar de vogel zich mee voedt komen van grassen en struiken zoals distels, de kaardenbol, en zonnebloemen. Anders dan andere vinken, maakt de goudsijs gebruik van zijn poten bij het eten. Hij hangt met zijn poten aan de zaadlijsten om zo makkelijker bij de zaden te kunnen.

De mannetjes trekken de aandacht van de vrouwtjes met hun zang, kleuren en luchtkunsten. Als het mannetje eenmaal een vrouwtje gevonden heeft, zoekt hij een geschikte plaats uit. Hier bouwt het vrouwtje het nest. Het nest wordt meestal in een struik of boom gemaakt op 10 meter boven de grond. Het bouwen duurt ongeveer 6 dagen. Het nest bestaat aan de buitenkant uit takjes, bast, en gras. Vaak wordt spinnenweb en draad van cocons gebruikt ter versteviging.
foto’s : marek szczepanek, Patrycja Kumiszcza

