geslacht

De hardoen

laudakia stellio - agamid lizard - starred agama - roughtail rock agama

De hardoen wordt ook wel slingerstaart genoemd en is een hagedis uit de familie van de agamen.  Deze hagedis is een van de weinige agamen die tot in Europa voorkomen.  Vrijwel alle andere soorten leven in Azië en Afrika.  De hardoen wordt verdeeld in enkele ondersoorten die verschillen in uiterlijk naar gelang hun leefgebied. 

De kleur is bruingrijs tot bijna zwart, met lichtere vlekken op de rug en staart, vooral op de kop van de mannetjes.  Op de rug zitten lichte banden en rijen stekelachtige knobbels.  De dieren kunnen van kleur veranderen.  Vooral de mannetjes krijgen een rode kleur aan de voorzijde van het lichaam als ze opgewonden raken.  Zij zijn te herkennen doordat ze wat forser worden.  De kop is vrij groot en de schubben op de staart zijn sterk gekield en lijken op stekels.  Ze overlappen elkaar wat voor een goede bepantsering zorgt.  Het lichaam is afgeplat en heeft een duidelijke hals.  De lengte is ongeveer 40 centimeter waarvan bijna de helft bestaat uit de lange staart. 

De hardoen komt voor in Griekenland, Macedonië, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Saoedi-Arabië en Turkije.  Het leefgebied varieert van droge tot zeer droge gebieden.  De ondergrond is altijd rotsachtig, vaak in berg- of kustgebieden.  Deze hagedis klimt vaak op stenen en in bomen.  Ook in de buurt van steden kan de hagedis worden aangetroffen, zoals in huizen. 

De hardoen jaagt vooral op kleine ongewervelden zoals insecten maar kan door zijn grootte ook kleine gewervelden buitmaken.  Net als andere grotere agamen bestaat een belangrijk deel van het menu uit plantendelen als bladeren en bloemen.  Hij kan massaal voorkomen op steenhopen, maar ook  in tuinen, in palmkwekerijen en zelfs  in huizen.  Het is een goede klimmer die zijn schuilplaats echter op de bodem heeft, zoals onder stenen en in de holen van knaagdieren.

Zoals wel meer leguaanachtigen kan het dier met soortgenoten communiceren door knikkende bewegingen te maken met de kop.  De paring vindt plaats in de lente en in juni worden de eitjes afgezet.  De eitjes hebben een lederachtige schaal en worden afgezet in een ondiep kuiltje.  Als de jongen vanaf augustus uit het ei kruipen zijn ze zo’n 4 centimeter lang en moeten uitkijken voor onder andere grotere hagedissen om niet te worden opgegeten.