soort
De kanaaljuffer
goblet-marked damselfly - erythromma lindenii
De kanaaljuffer is een juffer met een vleugelspanwijdte van 4 tot 5 centimeter en 3 tot 4 centimeter lang. De soort is niet echt bedreigd, maar komt in onze streken maar zelden voor. Door de warmere zomers neemt de soort bij ons stap voor stap in aantal toe.

Het mannetje is te herkennen aan een donkere streep op het tweede deel van het lijf, die onderaan rondachtig en sterk verbreed is. De ogen zijn diepblauw van kleur, zonder de donkere kap bovenaan zoals bij andere blauwe juffers. Het achterlijf is blauw met lange, spitse zwarte figuren. Het vrouwtje heeft een geheel donker achterlijf, maar in zijaanzicht driekleurig. Het borststuk en het begin van het achterlijf zijn gelig, groenig of bruinig van kleur.



De grootste aantallen juffers komen in de tweede helft van juli en eerste helft van augustus voor. Mannetjes vliegen vlak boven het water, in een strakke, snelle vlucht. Ze gaan regelmatig vlak boven de waterspiegel zitten op planten die boven het water uitsteken of op het water drijven. Dit is meestal op een afstand van de oever. Planten op de oever worden minder vaak gebruikt. Vanaf hun zitplaatsen worden andere waterjuffers verjaagd. Vrouwtjes worden direct voor de paring gegrepen. Eitjes worden afgezet in drijvende en waterplanten.
Ze leven op traag stromende delen van beken en rivieren, kanalen en zandplassen, met genoeg waterplanten. Ze komen voort in Midden- en Zuid-Europa.
foto’s : van der linden, bardhagi,

