soort

De kerguelenzeebeer

arctocephalus gazella - antarctic fur seal

De kerguelenzeebeer is een oorrob uit de onderfamilie der zeeberen.  De dieren komen voor in de zeeën rond Antarctica.  Het is een van de kleinere zeeberen.  Mannetjes zijn veel groter dan vrouwtjes en hebben een lengte van 165 tot 200 centimeter, terwijl vrouwtjes 115 tot 150 centimeter groot worden.  De mannetjes hebben manen, die nog groter lijken door een dikke vetlaag en spierlaag.  De vacht is donker grijsbruin tot zwarte met een grijzige schijn over de manen en de rug. Vrouwtjes zijn grijzig van kleur met een lichtere buik.   De oorschelpen zijn lang en de snuit is kort, breed en spits.  De mannetjes hebben zeer lange snorharen.

Het belangrijkste voedsel voor deze zeebeer is krill.  Volwassen vrouwtjes leven zelfs alleen van deze kleine schaaldiertjes.  Ook vissen en inktvissen worden gegeten en zelden wel eens een pinguïn.  Tijdens de zoektocht naar eten, kunnen de zeeberen drie tot vijf dagen lang wegblijven en 150 kilometer ver trekken. 

Van mei tot oktober blijven de dieren op open zee.  De stranden waar ze hun jongen werpen, zijn meestal rotsachtige kusten of zandstranden.  In december worden de welpen geboren.  De eerste zes dagen zoogt het moeder haar jong.  Acht dagen na de worp zijn de vrouwtjes weer klaar om te paren.  In deze periode verdedigen de mannetjes hun territorium fel tegen de buren en proberen ze de vrouwtjes bij zich te houden.  Sterke mannetjes paren soms met vijf vrouwtjes tegelijk. 

Na de paring trekt het vrouwtje naar zee om eten te zoeken.  Ze keert af en toe terug om haar achtergebleven jong te laten zogen.  De jongen blijven in groepjes achter aan het einde van het strand, zover mogelijk van de zee af.  Bij terugkeer roept het moeder haar jong met een herkenbare roep.  Moeders herkennen hun jongen aan de roep die de jongen dan terugroepen en aan de lichaamsgeur. 

De kerguelenzeebeer komt vooral voor op oceanische eilandjes rond Antarctica als Zuid-Georgië, de Zuidelijke Sandwicheilanden, de Zuidelijke Shetlandeilanden, de Zuidelijke Orkneyeilanden, Bouvet, Macquarie-eiland, de Heard en MacDonaldeilanden en in de koude zeeën die deze eilanden omringen.  Op de Kerguelen zelf zijn ze tegenwoordig zeer zeldzaam. 

De belangrijkste natuurlijke vijand voor de kerguelenzeebeer is de orka.  Jonge zeeberen vallen ten prooi aan zeeluipaarden.  De kerguelenzeebeer was eind negentiende eeuw bijna uitgestorven door de pelsjacht.  In de jaren veertig is de jacht gestopt en is hun aantal terug toegenomen.  Op Zuid-Georgië leven nu ongeveer een miljoen dieren.

foto’s : bnavez, uwe kils, mbz1, strzelecki