soort

De klapmuts

cystophora cristata - hooded seal

De klapmuts is een roofdier en behoort tot de familie van de zeehonden.  De mannetjes hebben net als de zeeolifanten een soort slurf.  Hun vacht is zilvergrijs met donkerbruine tot zwarte vlekken en een zwarte kop.  Mannetjes worden 250 tot 350 centimeter groot, terwijl vrouwtjes maar 200 centimeter groot worden.  Op de neus zit een soort zak die we de muts noemen.  Het hangt als een slurf over de bek.  Bij de vrouwtjes is die vrij klein.  Ze kunnen worden opgeblazen tot de grootte van hun eigen kop.  Meestal gebeurt dat langs het linkerneusgat.  Het lijkt alsof er een grote ballon uit zijn neus komt. 

De dieren leven in koud en diep water rond het ijs van de Atlantische Oceaan en de Noordelijke IJszee.  Als ze afdwalen, zijn ze soms in Nederland te zien.  Ze leven van vissen, inktvissen, pijlinktvissen en octopussen.  Ze jagen ook in diep water en kunnen zo tot 300 meter diep duiken en tot 20 minuten onder water blijven.  Op de bodem vangen ze ook garnalen, zeesterren en mosselen.  Als ze gaan paren, eten ze bijna niets.  Ze zijn vaak te zien samen met de zadelrob. 

Na het paren worden de jongen na 250 dagen geboren.  Mannetjes kunnen dan erg luid brullen.  De jongen hebben een blauwachtige vacht als ze worden geboren.  Ze zijn dan al ongeveer 100 centimeter groot.  De jongen zogen maar 4 dagen bij de moeder.  Dat is het kortst van alle zoogdieren.  Misschien komt dat omdat de melk heel vet is en hierdoor de jongen snel groeien.  Zo worden ze tot 35 jaar oud. 

De belangrijkste vijanden zijn de mens en de ijsbeer, maar ook Groenlandse haaien doden wel eens een klapmuts.  De vacht van de jongen worden ook vaak gebruikt door pelsdierjagers.  Gelukkig is dat in vele landen nu al verboden. 

foto’s : marchantia, lynn henneberger, steeve cote