soort

De kleine slangster

ophiura albida - serpent's table brittle star

De kleine slangster is een slangster uit de onderstam van de sterdieren.  De soort wordt meestal gevonden op de zeebodem in de noordoostelijke Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee.  Hij heeft een centrale schijf met een diameter van ongeveer 15 centimeter en vijf armen tot 6 centimeter lang.  De schijf is afgeplat en bedekt met kleine platen.  Deze zijn meestal steenrood, maar aan de rand van de schijf zijn ze wit.  De armen zijn slank en breekbaar.

De kleine slangster wordt gevonden op diepten tot ongeveer 200 meter.  Hij komt voor op de zeebodem op zachte ondergronden zoals grof zand, fijn zand, grind en modderig zand.  Deze soort komt veel voor rond de kusten van de Britse Eilanden en zit soms met 900 dieren per vierkante meter.  In Nederland komt de kleine slangster onder andere voor langs de Noordzeekust, het Waddengebied en in de Oosterschelde. 

Naast organische resten die op de bodem terecht zijn gekomen is de kleine slangster een roofdier en aaseter.  Het voedt zich met kleine ongewervelde dieren zoals borstelwormen, schaaldieren en weekdieren.  In de Ierse Zee wordt hij samen met de brokkelster gegeten door de snel bewegende zevenarmige zeester. 

De bevruchting in het water zorgt voor planktonachtige larven na ongeveer drie weken.  Na zo’n twee maanden groeit deze snelgroeiende slangster uit tot een volwassen dier die naar verwachting niet ouder dan drie jaar wordt.

foto’s : groeneveld, anne frijsinger, eric walravens, seawater.no