soort

De kleine toepaja

pygmy treeshrew - tupaia minor

De kleine toepaja is een zoogdier uit de orde van de toepaja’s of de boomspitsmuizen.  Hun vacht is olijfbruin tot roodbruin met stippels.  Ze worden ongeveer 11 tot 13 centimeter groot met een flinke staart die langer is dan zijn lichaam.  Ze kunnen prima horen, zien en ruiken.  De staart is erg belangrijk om zijn evenwicht te houden tijdens het rennen en klimmen op de takken. Deze soort leeft niet alleen in de bossen, maar ook in parken en tuinen van mensen.  Ze zoeken hun voedsel in bomen en struiken, tussen hout en onder stenen.  Dat zijn vooral zaden en vruchten, maar ook aas en kleine dieren.  Ze eten met hun voorpootjes waarmee ze de zaden of vruchten vasthouden. 

Na het paren, draagt de moeder haar jongen zo’n 50 dagen.  Het zijn nestjes van 2 tot 3 jongen.  Ze worden in een nest van bladeren in een boom achtergelaten.  De moeder keert af en toe eens terug om haar jongen te zogen.  Belangrijke vijanden zijn slangen, mangoesten, wilde katten en roofvogels.  Tijdens het eten zijn ze erg voorzichtig en steeds op de loer voor een mogelijke vijand. 

Deze diertjes komen voor in de bossen van Thailand, Maleisië, Sumatra en Borneo. 

foto’s : paul morris, john white,