soort
De kraanvogel
common crane - grus grus - eurasian crane
De kraanvogel is een vogel uit de familie van de kraanvogels. Deze soort wordt ook wel aangeduid met de naam Europese of Euraziatische kraanvogel om de soort te onderscheiden van de andere soorten kraanvogels buiten Europa. Hij broedt in hoogveenmoerassen en wordt in het oosten van de Lage Landen vooral als doortrekker gezien.

De Europese kraanvogel is groter dan de ooievaar met 95 tot 120 centimeter lengte. Hij heeft een spanwijdte van 180 tot 200 centimeter. Het verenkleed is overwegend licht blauwgrijs met op de rug roestkleurige vlekken. De achterkant van de kop is wit en de keel is zwart. Ook bovenop de kop bevindt zich een zwart gedeelte met een donkerrode kruin.

Kraanvogels zijn actieve vogels die zeer opvallen door hun balts en dans. Ze roepen dan luidruchtig naar elkaar. Vooral in het voorjaar, wanneer de volwassen vogels driftig zijn, is de dans bijzonder. Mannetjes en vrouwtjes draaien met uitgestrekte vleugels om elkaar heen en springen soms enkele meters hoog.
Een paar maakt een nest in een graspol in een moeilijk begaanbaar moeras. Meestal is er slechts één jong. Het jong verlaat al snel het nest, lang voor het kan vliegen, om roofdieren zo weinig mogelijk kans te geven. De ouders verblijven met het jong in de beschutting van begroeiing en voederen het bij tot het in staat is te vliegen en zelf eten te vinden.

Kraanvogels zijn alleseters. Wanneer ze in hun broedgebied of in hun winterverblijf zijn, eten ze vooral grote insecten, wormen en amfibieën. Wanneer ze op doortrek landen in akkerbouwgebieden eten ze maïskorrels, granen en aardappelen die op de velden zijn blijven liggen en soms ook eikels. In overleg met natuurorganisaties laten boeren van bekende plekken waar de kraanvogel rust, etensresten achter op de akkervelden. Dit zodat de doortrekkende kraanvogel voldoende voedsel kan vinden. Ze zoeken hun voedsel door rustig op en neer te lopen en zo te kijken waar insecten zich bevinden. Zien ze een insect, dan pikken ze dit snel van de grond.

foto’s : auer, philip perry,
De kraanvogel broedt in een groot gebied dat reikt van West-Europa tot diep in Midden- en Oost-Azië. De Europese kraanvogel is in de Benelux vooral een trekvogel op doortocht van en naar zijn zomergebied. In maart en april en van eind oktober tot in december trekken ze massaal, vaak zonder tussenstop, over het oosten van Nederland en België.
De afgelopen 200 tot 300 jaar was de kraanvogel in Nederland geen broedvogel, en daarvoor alleen in afgelegen hoogveengebieden. Door uitbreiding van het Duitse broedgebied in westelijke richting zijn er in Nederland weer broedende kraanvogels. De vogel is ook bezig met een voorzichtige terugkeer in het Verenigd Koninkrijk. In België werd in 2021 voor het eerst sinds ruim 200 jaar een broedgeval vastgesteld.
De kraanvogel heeft een enorm groot verspreidingsgebied en daardoor is de kans op uitsterven klein. Hun aantal in het wild werd in 2015 geschat op 491.000 tot 503.000 vogels. Daarom staat de vogel als niet bedreigd op de rode lijst.

