soort

De kroeskoppelikaan

dalmatian pelican - pelecanus crispus

De kroeskoppelikaan is een vogel uit de orde van pelikaanachtigen.  Hij wordt 160 tot 180 centimeter lang en heeft een spanwijdte van 270 tot 350 cm.  Hij lijkt op de roze pelikaan waar bij beiden het verenkleed overwegend wit is.  De onderkant van de vleugels is bijna helemaal wit, behalve de randen van de slagpennen.  De veren op de kruin zijn slordig gekroesd.  De poten zijn grijs en de keelzak is oranjerood waarin ruimte is voor veel voedsel. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben hetzelfde verenkleed.  

Het voedsel bestaat uit vis, waarvan het dier zeker 1 kg per dag nodig heeft.  De vogels werken tijdens de jacht samen door in een halve cirkel te gaan zwemmen en zo de vissen bijeen te drijven.  Daarna worden ze gewoon opgeschept.  In zoet water wordt vooral op karper, baars, blankvoorn, rietvoorn en snoek gevist en in zout en brak water op paling, harders, grondels en garnalen.

De vogel broedt in dichte kolonies in moerassen.  Jongen van 3 tot 4 weken oud worden ondergebracht in een ‘crèche’.  De ouders houden er geen toezicht op, maar brengen wel regelmatig voedsel.  De jongen maken hun eerste vlucht als ze een maand oud zijn en na zes weken kunnen ze zelfstandig op visvangst. 

De pelikaan leeft in Zuidoost-Europa, Klein-Azië, Centraal-Azië en Oost-Azië.  Het is een trekvogel, waarbij de broedvogels uit Europa naar het oostelijk deel van de Middellandse Zee trekken.  Vroeger was het leefgebied van deze pelikaan groter.  De soort kwam toen ook in andere delen van Europa voor.  Hij broedde ook in onze streken. Er is nu onderzocht of de soort terug naar onze streken zou kunnen komen om te broeden.  

Hun aantal wordt geschat tussen de 10000 en 20000 dieren.  Bekende grote kolonies in Europa liggen in natuurgebieden en zijn daardoor goed beschermd. 

foto’s : lukas riebling, doug janson, shizhao, thomas bresson