soort
De kruisbek
red crossbill - common crossbill - loxia curvirostra
De kruisbek is een zangvogel uit de familie van de vinkachtigen. Hij wordt 15 tot 17 centimeter groot met een spanwijdte van 27 tot 30 centimeter. Daarmee zijn ze groter dan de vink en de groenling. De mannetjes zijn iets groter dan de vrouwtjes. Het verenkleed van het mannetje is overwegend rood met een witte gestreepte buik, een zwarte staart en zwarte vleugels. Het vrouwtje heeft een olijfgroene bovenkant en een geelachtige stuit.

Het voedsel bestaat vooral uit zaden van naaldbomen. Deze zaden kunnen ze hangend aan de kegels eruit verwijderen, hoewel ze soms ook een hele kegel afbijten en meenemen naar een zitplaats om daar de zaden te verwijderen. Ze kunnen daarbij soms vliegen met een kegel, die net zo zwaar is als ze zelf zijn. Bij voedselgebrek zullen de vogels, die vooral sparrenzaden eten overschakelen op dennenzaden.


De soort komt in gebergten van Eurazië voor. De kruisbek was in West-Europa aanvankelijk een echte invasievogel, die vanaf de nazomer aankwam en bleef tot in de winter. Er bestaan wel 19 ondersoorten. Het aantal broedparen bestaat in onze streken uit 200 tot 300 vogels. Hij staat op de rode lijst aangeduid als niet bedreigd.

Een legsel omvat meestal 3 tot 4 grijsblauwe eieren en worden door het vrouwtje in 14 tot 15 dagen uitgebroed. De jongen worden door beide ouders verzorgd. Gedurende de eerste 7 tot 10 dagen worden de jongen door het vrouwtje warm gehouden. De vogel broedt meestal twee keer per jaar.

