onderfamilie
Lori’s
lorisidae - loridae - lorisids

De kop van de lori’s heeft grote ogen die dienen om in de nacht goed te kunnen zien. Ze zijn rond en staan naar voren. Deze dieren staan ook bekend om het gif in hun speeksel. Een beet van een lori loopt voor hun vijanden niet zo goed af. De dieren komen voor in Guinea, Congo en Kenia in Afrika, maar er leven ook soorten in India, Sri Lanka tot aan Maleisië en Indonesië. Overdag slapen ze opgerold op een boomtak of verstopt tussen de bladeren. In de nacht gaan ze op zoek naar voedsel.
Omdat ze zo verstopt leven tussen de dichte begroeiing, is er weinig over deze dieren geweten. We weten dat ze geurtjes achterlaten om andere lori’s weg te houden en dat ze zelfs op hun eigen handen plassen. Toch zijn het stille dieren die erg rustig bewegen en bijna geen geluiden maken. Ze eten vooral vruchten, insecten, hars, eieren en kleine diertjes. Ze komen heel traag en dicht tot bij hun prooien, maar zijn dan razendsnel om ze te pakken.


Na het paren krijgt het vrouwtje één jong dat na 130 tot 190 dagen wordt geboren. De eerste dagen klampt het zich stevig vast aan de moeder. Ze kunnen tot 25 jaar worden in dierentuinen. Hun leeftijd in de natuur is niet geweten.
Door het verdwijnen van hun leefgebied, wordt het steeds moeilijker voor de lori’s om te overleven. Er wordt ook op hen gejaagd om ze als huisdieren te houden. De galago’s zijn dichte familie en lijken wat op de lori’s. Die zijn wel een pak sneller en lawaaierig.
foto’s : unknown






