soort
De pagodespreeuw
brahminy myna - starling - sturnia pagodarum
De pagodespreeuw is een zangvogel uit de familie van de spreeuwachtigen. De vogels worden ongeveer 21 tot 23 centimeter groot met een romig tot oranje verenkleed. De kop is zwart met een kuifje en een gele snavel. Rond het oog zit een blauwe ring. De kuif van de mannetjes valt meer op dan die van de vrouwtjes.



De naam kreeg hij omdat ze vaak rond tempels hangen in het zuiden van India. Daar komen ze veel voor. Broeden gebeurt in Nepal maar niet hoger dan 3000 meter hoogte. Overwinteren doen ze in Sri Lanka. Je vindt deze vogels in droge bossen en op akkers bij mensen. De vogels leven vaak in groepen met andere spreeuwen of zelf parkieten. Deze soort wordt ook vaak thuis in grote vogelkooien gehouden.

foto’s : vasanthan,

