soort

De Pallas’ knoflookpad

pelobates vespertinus - pallas’ spadefoot toad

De Pallas’ knoflookpad is een pad uit de familie van de knoflookpadden.  De pad is inheems in Oost-Europa en delen van Centraal-Azië.  De soort werd voor het eerst beschreven door Peter Simon Pallas in 1771, vandaar de naam die hij kreeg.  Het is een middelgrote pad met een lengte van 3 tot 6  centimeter.  Hij heeft een robuust lichaam en een vrij korte, ronde snuit.  Zijn kleur is doorgaans bruin tot grijs met donkere markeringen.  Hij heeft een verhoornde, spade-achtige knobbel op elke achterpoot, die hij gebruikt om te graven. 
 
Zijn ogen zijn opvallend en licht omhoog gericht, een aanpassing aan zijn gravende en nachtelijke levensstijl.  Hij leeft doorgaans in open of halfopen steppen en rivierdalen.  Hij geeft de voorkeur aan losse zandige of leemachtige bodems die geschikt zijn om in te graven.  De voortplanting vindt plaats in poelen, sloten of langzaam stromende wateren, vaak gevormd na de regens.  Hij brengt het grootste deel van zijn leven ondergronds door.  Hij komt vooral tevoorschijn tijdens het broedseizoen, dat doorgaans in de lente begint na grote regenval.  Mannetjes roepen vanuit het water om vrouwtjes aan te trekken en leggen eieren in lange, geleiachtige slierten die onder water vastzitten. 
 
Hij voedt zich met ongewervelden, waaronder insecten, regenwormen en andere kleine, in de bodem levende dieren.  De soort staat op de rode lijst als minst bedreigd.  Hij kent een brede verspreiding, maar soms bedreigd worden door verlies aan leefgebied als gevolg van landbouw.

foto’s : meduna