soort

De soepschildpad

green sea turtle - chelonia mydas

De soepschildpad of groene zeeschildpad is een schildpad die behoort tot de familie zeeschildpadden.  Het is van de zeven soorten uit deze familie de grootste.  Hij komt ook op de meeste plaatsen voor van tropische tot gewone wateren.  Hij heeft een schildlengte van bijna een meter en valt op door de schubben op de kop en de vorm van de hoornschilden op het rugschild.  Jonge soepschildpadden leven van planten, maar ook kleine vissen, kreeftachtigen als kleine kreeftjes en garnalen, en kwallen.  Naarmate ze groter worden, veranderen ze steeds meer in echte planteneters.  Dan eten vooral zeegras en verschillende algen.

De soepschildpad kreeg zijn naam omdat hij vroeger vaak werd gevangen om op te eten.  Nu is de schildpad vrij zeldzaam en sterk beschermd.  Toch worden de eieren door vaak geraapt en raken de schildpadden  vast in de netten van de visserij. 

De schildpad komt voor in de Atlantische Oceaan, de Grote Oceaan, de Indische Oceaan, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee.  In de Noordzee komt de schildpad alleen in het zuiden voor, maar afgedwaalde dieren worden soms gezien voor de Nederlandse kust.  Hij leeft in ondiepe wateren langs de kust waar genoeg zonlicht doordringt om plantengroei mogelijk te maken waar de schildpad van leeft.  Goede plaatsen zijn baaien, rotskusten en kusten van vulkanische eilanden.  De jongen leven op open zee, waar ze gevonden worden in drijvende plantenmassa’s. 

De kleur van het schild is verschillend, meestal bruin tot groen of met lichtere golvende strepen die geel, wit of rood kunnen zijn.  Begroeiing door algen kan de echte kleur verbergen.  Het buikschild is wit tot witgeel van kleur.  Pasgeboren jongen zijn glanzend zwart aan de bovenzijde en helder wit aan de onderzijde.  Het rugschild heeft stevige hoornschilden. 

De voorpoten zijn net als bij alle zeeschildpadden omgevormd tot krachtige flippers waarmee ze kunnen roeien.  De achterpoten zijn kort maar breed en dienen als roer.  Ze worden door het vrouwtje ook gebruikt bij het uitgraven en weer dichtgooien van het nest.  

De ogen zijn vrij groot en hebben een ronde pupil.  Ze kunnen volledig worden gesloten door de beweegbare onderste en bovenste oogleden die geelachtig van kleur zijn. 

Hij heeft als een van de weinige zeeschildpadden geen uitstekende, snavelachtige punt aan het einde van de bek.  De rand van de bek is gezaagd en aangepast op het eten van planten. 

De gemiddelde snelheid van de soepschildpad is waarschijnlijk zo’n 6 kilometer per uur, maar in gevaar kan een snelheid worden bereikt van 35 kilometer per uur.  Alleen de lederschildpad is ook in staat deze snelheden te bereiken. 

De soepschildpad komt ’s nachts aan land om de eieren af te zetten en ook de jongen graven zich meestal ’s nachts uit. 

Net als bij alle schildpadden klimt het mannetje op het vrouwtje tijdens de paring en bevrucht hij haar inwendig.  Het mannetje bijt het vrouwtje in haar nek en kop om zich vast te maken.  De paring kan tot 12 uur duren en een vrouwtje paart met meerdere mannetjes.  Volwassen dieren met een schildlengte van meer dan 70 centimeter hebben grote haaien als vijanden. 

De eieren vallen ten prooi aan de meest uiteenlopende dieren, van geleedpotigen tot zoogdieren, reptielen en vogels.  Voorbeelden zijn mieren, bepaalde krabben, vossen, opossums, slangen, zeevogels, wasberen, coyotes, ratten en verschillende vogels als gieren.

De jongen zijn de eerste paar jaar kwetsbaar omdat ze erg klein zijn en nog geen hard schild hebben.  Ze worden gegeten door jonge haaien, verschillende tuimelaars, verschillende rovende vissen als gepen en makrelen en zeevogels als meeuwen. 

foto’s : hoffryan, tom doeppner, thierry caro, ecocentrik g