soort

De tarbaganmarmot

tarbagan marmot - marmota sibirica

De tarbaganmarmot of de tarbagan is een marmot uit de familie van de eekhoorns.  Hij komt voor in het zuiden van Siberië en het noorden van Centraal-Azië.  Qua uiterlijk gelijkt de tarbagan op de bobakmarmot, die in de Oekraïense, Russische en Kazachse steppen leeft.  Tarbagans zijn sociale dieren die vaak in groepen van 5 tot 20 dieren per burcht overwinteren.  Door in groepen te overwinteren houden ze hun lichaamswarmte langer vast. 

De winterslaap vindt doorgaans plaats vanaf september.  De burchten worden afgesloten met aarde, takken, urine en bladeren voordat ze in een slaap gaan. Tijdens die slaap laten ze hun lichaamstemperatuur zakken tot ongeveer 5 °C om energie te besparen.  Als de lichaamstemperatuur een kritieke waarde bereikt, laten ze deze weer stijgen tot de normale 37 °C.  Vervolgens vallen ze opnieuw in slaap en zakt de lichaamstemperatuur opnieuw langzaam naar beneden.  Jonge tarbagans overwinteren in hun eerste levensjaar nog bij de ouders.  Na het ontwaken in april begint de paartijd.  Jongen worden vanaf eind mei geboren na een draagtijd van 40 tot 42 dagen.

Hun invloed op de omgeving zeer groot is.  Tarbagans zorgen voor doorluchting van de bodem en veranderen de structuur in hun omgeving.  Ook graven tarbagans holen die worden gebruikt door zoogdieren als steppevos, vos, manoel en enkele egelsoorten.  Daarnaast vormen ze een belangrijke prooi voor roofvogels en wolven.  De holen en aardophopingen kunnen nog door vele andere dieren worden gebruikt.  De burchten dienen meestal als schuilplaats voor grotere roofdieren als de rode vos en wolf.

De tarbagan komt voor op bergsteppen, rotshellingen, bergpassen en alpenweiden tussen 600 en 3800 meter hoogte.  Hij is een bedreigde soort, die in Mongolië en Rusland sinds de jaren ’90 sterk in aantal achteruit is gegaan.  De soort wordt bejaagd om zijn vacht, vlees en lichaamsdelen.  Op de rode lijst staat de soort dan ook als bedreigd aangeduid.