soort

Het temminckschubdier

ground pangolin - smutsia temminckii - temminck's pangolin - cape pangolin - steppe pangolin

Het temminckschubdier, Kaaps schubdier of steppenschubdier is een schubdier dat voorkomt in het oosten en zuiden van Afrika.  De eerste naam verwijst naar de Nederlandse onderzoeker Temminck.  Het lichaam van het schubdier is bijna helemaal bedekt met schubben, die een stevig harnas vormen dat hem beschermt tegen aanvallen van roofdieren.  Behalve schubben heeft het ook een klier vanachter die een stinkende vloeistof afscheidt. 

De lengte bedraagt 40 tot 70 centimeter met een staart van 40 tot 50 centimeter en een gewicht 15 tot 18 kilogram.  Deze soort leeft alleen en gaat door de Afrikaanse wildernis op zoek naar mieren en termieten, die hij oplikt met zijn kleverige tong.   Hij verscheurt de kolonie met zijn krachtige klauwen.  Het is een nachtdier en dat bij het jagen zijn staart gebruikt om op zijn achterpoten te kunnen lopen.  Overdag rust hij in zijn hol om hitte en gevaar te ontwijken.

Na een draagtijd van 120 dagen werpt het vrouwtje in een ondergronds hol een jong.  De jacht en het verdwijnen van zijn leefgebied door het gebruik van insecticiden en ook bosbranden, heeft ervoor gezorgd dat het schubdier in aantal teruggelopen is.