soort
De veelvraat
gulo gulo - wolverine
De veelvraat is een van de grootste marterachtigen. Enkel de zeeotter en de reuzenotter worden groter. De naam is misschien niet zo juist gekozen en slaat niet op zijn gulzige eetlust. Waarschijnlijk is het fout overgenomen uit een andere taal. Het zijn wel sterke gespierde dieren met een donkerbruine vacht met lichtere vlekken. Ze hebben flinke klauwen en een stevige beet. Ze worden ongeveer 65 tot 100 centimeter groot. De staart is eerder kort en wordt 15 tot 25 centimeter lang.

Ze eten echt wel alles van vlees tot planten. Zo jagen ze op knaagdieren, vogels en andere kleine dieren. Maar ook eieren, aas en vruchten lusten ze. Er is al gezien dat ze schapen, reeën en zelfs vossen aanvallen. Ook voor grizzlyberen en elanden gaan ze niet opzij. Ze bewaren hun voedsel voor mindere tijden. Ze leven in een hol, in een rots of tussen dichte struiken. Zowel overdag als ’s nachts zijn ze paraat om te gaan jagen. Dat doen ze veelal alleen.


Enkel om te paren, zoeken ze elkaar op. Ze worden tot 13 jaar oud in de natuur en tot 18 jaar in dierentuinen. Je vindt deze dieren vooral in de noordelijke landen zoals Canada, Alaska, Scandinavië en het noorden van Rusland. Daar leven ze in naaldbossen vlakbij moerassen.

Er zijn plaatsen waar op de veelvraat wordt gejaagd om hun pels. Zo gebruiken de Eskimo’s de vacht voor hun jassen. Maar in verschillende landen is het jagen op veelvraten verboden. Bij jagers zijn de dieren niet echt geliefd, omdat ze makkelijk de vallen leeghalen die ze legden voor andere prooidieren. Er zijn ook plaatsen waar schapen vaak ten prooi van de veelvraat vallen.
foto’s :colla, korinek,

