soort
De zilvermeeuw
european herring gull - larus argentatus
De zilvermeeuw is een grote meeuwensoort. De meeuw onderscheidt zich van de stormmeeuw omdat hij bijna 20 centimeter groter is. Het mannetje is ook wat groter dan het vrouwtje. Ze hebben ook een veel forsere snavel dan de stormmeeuw en een witte vlek in de zwarte punt van de vleugel. Volwassen zilvermeeuwen hebben een witte kop, staart en onderzijde met een rug en bovenzijde van de vleugels die zilvergrijs zijn. Typisch voor de zilvermeeuw is de rode vlek op de ondersnavel.

Zilvermeeuwen eten van alles zoals mosselen, kokkels, krabbetjes en wormen. In de stad eten ze vooral allerlei afval. Ze vissen zelf niet of nauwelijks, maar lusten wel vis en visafval. Zoals alle andere meeuwensoorten eten ze zo veel mogelijk, soms zo veel dat ze niet meer kunnen vliegen. Het legsel bestaat meestal uit drie gevlekte, olijfgroene tot olijfbruine eieren.


Bij ons aan de kust van België en Nederland is de zilvermeeuw een algemene verschijning. Het is een algemene broedvogel in het duingebied. Ze komen ook voor langs de meeste kusten van Europa, Azië, door heel Canada en ’s winters aan de kusten van de Verenigde Staten.

Beide vogels broeden, soms meteen na het eerste, soms na het tweede of laatste ei. Vooral het mannetje verdedigt het nest fel. Het nest is gewoon een kuiltje op de grond tussen helm of andere struiken, bekleed met beetje plantjes, veertjes en schelpen. De soort broedt in kolonies. Plaatselijk kunnen zilvermeeuwenkolonies zoveel beslag leggen op de beschikbare ruimte dat er voor andere soorten weinig plaats overblijft. De kolonies tellen soms duizenden paren. In veel steden in Nederland langs de Hollandse en Zeeuwse kust broeden meeuwen op daken.
foto’s : andreas trepte, john haslam, Gabriele Wienand, malene thijssen

